Principe

Bij langdurige arbeidsongeschiktheid, moederschapsrust en geboorteverlof heeft de arbeider recht op een aanvullende vergoeding betaald door het SFBI.

Onder langdurige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan elke arbeidsongeschiktheid:

  • volledig of gedeeltelijk,
  • als gevolg van een ziekte of een ongeval van gemeen recht,
  • waarvan de duur 30 kalenderdagen overschrijdt,
  • vergoed door het ziekenfonds.

Onder moederschapsrust wordt verstaan:

  • de periodes bedoeld in het artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971,
  • waarvan de duur 30 kalenderdagen overschrijdt,
  • vergoed door het ziekenfonds.

Onder geboorteverlof wordt verstaan:

  • de periodes bedoeld in artikel 30 § 2 van de Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978,
  • waarvan de duur 3 kalenderdagen overschrijdt,
  • vergoed door het ziekenfonds.

Bedrag en duur

De aanvullende vergoeding bedraagt 2,22 EUR bruto per dag (regime van het vijfdagenstelsel).

Deze vergoeding is verschuldigd van de 2de tot de 24ste maand arbeidsongeschiktheid of moederschapsrust. In geval van geboorteverlof is deze vergoeding verschuldigd van de 4e dag tot de 20e dag geboorteverlof.

Procedure

De arbeider dient de aanvraag in bij het SFBI via het onderstaande formulier.

Aanvraagformulier – Aanvullende vergoeding langdurige arbeidsongeschiktheid

De aanvraag gebeurt na het einde van de langdurige arbeidsongeschiktheid, de moederschapsrust of het geboorteverlof en dit tot maximaal 3 jaar na de respectievelijke einddatum.

Bij langdurige arbeidsongeschiktheid van 6 maanden of langer kan per semester een tussentijdse aanvraag gebeuren.

Het SFBI betaalt de aanvullende vergoeding per kwartaal op de bankrekening van de betrokken arbeider.